OPROEPSYSTEEM

HISTORIEK: OPROEPSYSTEEM

Hoe weten we dat ze ons nodig hebben …


Ook het systeem voor het oproepen van de brandweerlieden en communicatieapparatuur is sterk geëvolueerd sinds de oprichting.

In het begin moest iemand naar de pastorij lopen en de sleutel van de kerk vragen om dan aan het “klokkezeel” te gaan trekken om de klok te luiden en werden de brandweerlieden zo opgeroepen. Dit verliep niet altijd even vlot, men maakte het zelfs mee dat de wijlen pastoor Pyck de sleutels van de kerk weigerde te geven. Naast de ‘brandklok’ werd er ook gebruik gemaakt van een klaroenblazer voor het verwittigen van de brandweermannen.

Na de tweede wereldoorlog was het telefoonnet, uitgebouwd door de ‘Regie voor Telegraaf en Telefonie – RTT’ zwaar beschadigd. Door zware investeringen in de herstelling en uitbouw van dit netwerk, zo ook in Moorslede. Vanaf 1952 kon men het brandweerkorps van Moorslede telefonisch oproepen door te telefoneren naar de woning van Commandant Gaston Dewulf, het oproepnummer was ‘44’.

Er werd later een permanente wachtdienst opgericht ten huize van Commandant Gaston Dewulf en konden de brandweermannen opgeroepen worden door een brandalarmsirene. Deze sirene, geplaatst begin 1956 was eigendom van de Civiele bescherming en werd boven op het dak van het stadhuis voorzien. Die kon gestart worden van op 2 plaatsen (vanuit het gemeentehuis en het huis van bevelhebber Gaston Dewulf). Een 3-tal jaar later werd de permanente wachtdienst overgenomen vanuit de kazerne van Brandweer Roeselare, dat fungeerde als centrumpost van het gewest, en kon de sirene ook gestart worden vanuit de kazerne van Brandweer Roeselare, die dan als hoofdpost van het gewest fungeerde door de aanwezigheid van een beroepsbrandweer.

Dit werd dan ook aangevuld met een cascadesysteem van telefoons. De commandant werd opgebeld vanuit de brandweerkazerne te Roeselare. Was hij niet bereikbaar was er een lijst van bevelvoerders die kon opgebeld worden. Iedereen belde op zijn beurt een aantal mensen, die dan op hun beurt weer een aantal mensen moest opbellen.

De komst van VHF-zendapparatuur was een grote vooruitgang in de onderlinge communicatie tussen de bevelvoerders onderling. Brandweer Moorslede was bij de eerste posten in het Gewest Roeselare die zendapparatuur gebruikte. Ze kregen bij een centrumoefening in 1966 van centrummeester Kapitein – Commandant Louis Coussee van Roeselare “ een pluim voor post Moorslede als zeer vooruitstrevend korps”. De zenders werden in eerste plaats gebruikt voor de communicatie tussen de brandweerlieden die bij de waterwinplaats stonden en de plaats van de brand. Later werd dit ook ingezet voor de communicatie tussen centrumpost Roeselare en onze post.

In januari 1978 werden Autophon VHF-zenders geschonken door de vriendenkring. De mobiele VHF-zender (geplaatst in een autopomp) werd in dienst genomen in 1980. In 1981 en 1984 werden er 3 draagbare Kenwood VHF-zenders en een bijkomende mobiele Kenwood VHF-zender aangekocht door de vriendenkring.

Een grote verbetering voor het oproepen van de brandweermannen kwam er begin 1988, toen werd er overgeschakeld op zakpagers (Philips RF228) en was het gebruik van de sirene niet langer nodig. Iedere brandweerman kon zo individueel opgeroepen worden vanuit de brandweerkazerne te Roeselare en in een later stadium bijkomend ook van in de kazerne in Moorslede (via de codegever SRG694). De pagers produceerden bij een oproep eerst een geluidsignaal waarna men via de ingebouwde luidspreker de aard van de oproep vernam, ingesproken door de dispatcher van dienst. Er kon gewerkt worden met groepsoproepen waarbij maar een deel (groep van week), de helft (sectie 1 of sectie 2) of het volledig korps werd opgeroepen. De pagers van Philips werden later vervangen door de Swissphone pagers. Dit systeem bleef in dienst tot 2008.

In september 2006 werd er, ter vervanging van de VHF-communicatie, overgeschakeld naar “ASTRID” communicatie met de aankoop van de Nokia TMR880 mobiele zenders voor in de wagens en de THR880 draagbare zenders. ASTRID is de beheerder van een digitaal communicatiesysteem dat werd opgericht in 1998 en ook gebruikt wordt door Defensie, Civiele Bescherming, lokale en federale Politie. In 2018 werd er binnen de zone gekozen om verder te gaan met de zenders van Sepura STP8200 (DMO) en STP900 (TMO).

De VHF-communicatie werd definitief stopgezet in juni 2009.

 

Eind 2008 werd er door de gemeente een eigen FireBasic oproepcomputer (Zenitel Belgium) aangekocht die in het arsenaal werd opgesteld. Op die manier konden vanaf maart 2009 de manschappen opgeroepen worden via DE920 pagers van Swissphone op het ASTRID communicatiesysteem. We kregen de oproepen rechtstreeks binnen via een ISDN-lijn vanuit het HC100 in Brugge, de hulpcentrale van waaruit de noodoproepen voor de provincie West-Vlaanderen uitgestuurd worden naar de plaatselijke hulpdiensten. Een grote verandering ook voor de brandweermensen die zich vanaf dan via SMS konden “beschikbaar” of “onbeschikbaar” plaatsen en we zo ook een efficiëntere inzet van mensen en middelen hadden bij een interventie. De oproepen werden dan zowel via de pagers en, als back-up, via SMS verzonden. De oproep werd ook niet langer doorgegeven via “spraak” naar de pager, maar kwam op een display.

Bij de start van de zonewerking in 2015 werd die werking overgenomen door een centrale oproepcomputer die de beschikbaarheden beheerd voor de volledige hulpverleningszone Midwest en kunnen brandweermensen nu hun beschikbaarheid doorgeven via een applicatie op de smartphone. De dagelijkse “proef”-oproep voor de pagers binnen onze zone wordt op vandaag nog uitgestuurd vanaf onze oproepcomputer.

De zonevorming zorgde ervoor dat het brandweerlandschap grondig werd hertekend.

De gasramp in Gellingen in 2004 is een bepalende factor geweest om de hervorming van de civiele veiligheid op gang te brengen. De zogenaamde Commissie Paulus (naar de toenmalige gouverneur van de provincie Antwerpen die de commissie voorzat) heeft de verbeterpunten en krachtlijnen van de hervorming bepaald.

De principes van de organisaties en de werking van de brandweer en de civiele bescherming werden vastgelegd in de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. Het begrip “snelste adequate hulp” zorgde ervoor dat, over de gemeentegrenzen, de snelste hulp ter plaatse kwam. Dit hield in dat de gemeentelijke brandweerposten ook opgeroepen werden voor interventies buiten de gemeentegrenzen. Het ging er om welke brandweerpost het snelst bij de plaats van de interventie kon zijn, samen met “territoriaal bevoegd korps”.

Het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones over de hulpverleningszones verdeelt België in 34 hulpverleningszones.